De arbeidsmarkt is een van de grootste uitdagingen voor ondernemers. Niet alleen is het erg moeilijk om geschikte medewerkers te vinden, de kosten, verplichtingen en risico’s rondom het werkgeverschap nemen alleen maar toe. Dat is het gevolg van de onvermoeibare strijd die de politiek voert tegen flexibele arbeid. Dagelijks spreek ik ondernemers, waaronder ook familiebedrijven, die aangeven dat ze simpelweg geen mensen in (vaste) dienst durven nemen. Om een balans op de arbeidsmarkt te vinden, zal het kabinet beter naar deze bedrijven moeten luisteren.

Politici behandelen flexibele arbeid als een besmettelijke ziekte, die zo snel mogelijk bestreden moet worden. Een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt nog steeds als de norm gezien, ook door de woordvoerders van ondernemerspartijen VVD, CDA en D66. Hiermee miskennen ze de economische en maatschappelijke realiteit. Het probleem is namelijk niet de flexibiliteit, daar vragen ondernemers én werkenden om, maar het gebrek aan zekerheid.

Ondernemers moeten flexibel zijn om in te kunnen spelen op de snelle maatschappelijke veranderingen. Ze hebben mensen nodig wanneer er klussen, klanten en opdrachten zijn en moeten zich kunnen aanpassen als deze wegblijven. Werkenden willen ook niet meer hun hele leven bij één werkgever zitten. Flexibele arbeid maakt een betere balans tussen werk en privé mogelijk, maar draagt ook bij aan de duurzame inzetbaarheid van werkenden. Het is onverstandig en onwenselijk om flexibele arbeid tegen te gaan.

Bij de behandeling van de het wetsvoorstel voor de Wet arbeidsmarkt in balans blijkt dat de politici totaal niet bezig zijn met het MKB of familiebedrijven. De risico’s, kosten en verplichtingen voor de (kleine) werkgever worden niet meegenomen. Als het kabinet balans op de arbeidsmarkt wil brengen dan moet het juist zorgen dat het werkgeverschap aantrekkelijker wordt, het tegenovergestelde van de huidige koers.

Medewerkers die beloftes niet nakomen, slecht werk leveren of stelen worden beloond door het kabinet. Die krijgen vanaf de eerste dag een transitievergoeding, die vervolgens ook met de helft verhoogd kan worden door de rechter als ze ontslagen worden op basis van de cumulatieve ontslaggrond. Mogelijkheden voor de rechter om de transitievergoeding te verlagen als een werknemer zich misdraagt heeft het kabinet niet opgenomen. Dit zorgt voor een onbalans op de arbeidsmarkt.

Een ander gemis is het zogeheten pensioenplafond. Momenteel kan de transitievergoeding een stuk hoger uitvallen dan de inkomensschade geleden door een ontslag. Onder de kantonrechtersformule werd de ontslagvergoeding gemaximeerd op de  maximale inkomensschade. Dit moet voorkomen dat oudere werkenden ten onrechte een hele hoge transitievergoeding krijgen. Bij met name kleine werkgevers scheelt dit een slok op een borrel.

De flexibilisering van de samenleving en de arbeidsmarkt is niet te stoppen. Alle halfbakken pogingen hiertoe vanuit de politiek zullen louter schade veroorzaken. Het is tijd om de verouderde kaders en ideeën los te laten en te kijken naar de realiteit. De politiek moet beter naar de familiebedrijven luisteren. Dan zouden ze inzien dat ondernemers hun medewerkers goed willen behandelen en het beste willen bieden. Alleen zorgt de onbalans op de arbeidsmarkt dat ze dit niet kunnen doen.