De ePrivacy Verordening: onnodige lastenverzwaring, regeldruk, kosten en juridische onzekerheden dreigen voor het bedrijfsleven – Nederlandse regering kan het tij nog keren in de Raad van de EU.

ONL ziet dat er veel onenigheid is over de concepttekst van de ePrivacy Verordening die momenteel bij het Europees Parlement en de Raad van de EU ligt. Een snelle afhandeling van dit voorstel is niet wenselijk, aangezien het huidige voorstel nog niet goed aansluit op eerdere Europese regelgeving over gegevensbescherming. Een snelle afhandeling zal dan ten koste gaan van het bedrijfsleven.

ONL vindt dat de Nederlandse regering ervoor moet zorgen dat het definitieve voorstel niet leidt tot onnodige lastenverzwaring, regeldruk, kosten en juridische onduidelijkheden voor ondernemers. Het is daarbij zaak dat de regering ervoor zorgt dat de EPV goed aansluit op de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

  • ONL ziet dat de invoering en naleving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming tijdrovend en ingewikkeld is. Het MKB heeft vaak niet de juiste kennis en middelen in huis om hun bedrijfsvoering te laten aansluiten op de AVG. Zowel de AVG als de ePrivacy Verordening gaan over de bescherming van persoonsgegevens. De EPV dient daarbij als een aanvulling op de AVG.
  • Het is wenselijk om eerst te evalueren hoe het MKB de implementatie van de AVG ervaart. Daarnaast moet er gekeken worden of de AVG tot ongewenste bijeffecten leidt voor het MKB. Met die informatie kan de regering het MKB voorbereiden op de invoering en naleving van aanvullende regelgeving zoals de EPV.
  • ONL wil dat de Nederlandse regering zich inzet om de EPV pas van kracht laat gaan als het bedrijfsleven geen hinder meer ondervindt van de implementatie van de AVG. Zo wordt het MKB het minste belast met aanvullende Europese regelgeving over gegevensbescherming.
  • ONL vindt dat het definitieve wetsvoorstel niet mag leiden tot onnodige lastenverzwaring, regeldruk, kosten en juridische onduidelijkheden voor ondernemers. ONL is bang dat dit wel gaat gebeuren omdat de concepttekst niet goed aansluit op de AVG.
  • De EPV komt met tegenstrijdige en overlappende wetsartikelen waarbij de verhouding tussen de AVG en de EPV onduidelijk is. Bijvoorbeeld artikel 8 lid van de EPV, die onder het beschermingsniveau zakt van de AVG. Wanneer de EPV hogere of lagere privacygegevens standaarden stelt dan de AVG zorgt dat voor onduidelijkheden over wanneer welke privacy standaard moet worden gebruikt. Dat is onwerkbaar voor bedrijven.
  • ONL is bang voor onnodige regeldruk, lastenverzwaring en kosten als blijkt dat bedrijven door de EPV wederom hun privacybeleid moeten aanpassen, terwijl de bescherming van persoonsgegevens al is geregeld en voldoende is gewaarborgd door de AVG. • Het is onlogisch en onwenselijk dat de EPV zaken gaat regelen die al in de AVG zijn vastgelegd. De EPV wil bijvoorbeeld het termijn bepalen waarbinnen bedrijven hun klanten marketing e-mails mogen sturen, terwijl de AVG dit ook al regelt. Dit zorgt alleen maar voor onnodige regeldruk en kosten voor ondernemers.

ONL ziet graag een ePrivacy Verordening die voortbouwt en aansluit op de AVG. Het is daarbij vooral zaak dat er geen tegenstrijdige bepalingen over gegevensbescherming komen. Daarnaast is het wenselijk dat de AVG werkbaar is voor het MKB, zodat straks de invoering en naleving van de ePrivacy Verordening zo min mogelijk problemen oplevert.