Er waait een gure wind in Den Haag voor – dus eigenlijk tegen – ondernemers, stelde onlangs Hans Biesheuvel. Terecht. Wie verdienen immers het geld in Nederland?

Er waait echter ook al lang in pensioenland een ‘gure wind’: de marktrente.

Nu we hebben afgesproken dat we pensioenverplichtingen berekenen aan de hand van de marktrente en rekening houden met ‘normale’ rendementen – die is in casu door de Cie Dijsselbloem voor zakelijke waarden op 5,8% gesteld – moeten we korten als de dekkingsgraad langer dan 5 jaar onder het vereiste minimum is. De wet is nu eenmaal de wet.

Hoewel ‘langer werken’ (zie hierna) natuurlijk dé  ‘oplossing’ is, geldt dat niet voor reeds gepensioneerden. En ook al ben ik van mening dat er een (te) grote groep is die te vroeg met pensioen is gegaan, gedane zaken nemen geen keer. Wat is dan dus wél de oplossing?

Die is tweeledig. Allereerst – en dat is dus voor veel zaken dé oplossing – waar het (nog) wel kan; langer (parttime) werken. Een jaar langer werken levert immers zo’n 7% meer pensioen op, 2 jaar zelfs 15%. De gemiddelde uittredingsleeftijd is nu 65, die moet en kan snel naar 67 jaar en verder. Dat kan mooi gecombineerd met een recht op parttime doorwerken, ook na pensioendatum. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt is dat ook hard nodig.

De tweede oplossing is de rekenrente wél te verhogen, tot 1,3%. Dit is gebaseerd op de helft van de verwachte beleggingsopbrengsten door de Cie Dijsselbloem, bij 50% in obligaties en 50% in zakelijke waarden. Alleszins te verdedigen dus.

Wél moet dan het PensioenAkkoord2022 onverwijld uitgevoerd worden, mét collectieve waardeoverdracht naar het nieuwe systeem, dát juist uitgaat van een pensioen dat minder zeker is én meer afhankelijk van feitelijke rendementen (en levensverwachting).

Daarnaast moet er – naast de oplossingen in het PensioenAkkoord2022 – betere oplossingen komen voor de (toekomstige) zware beroepers. Dit is eenvoudig: flexibiliseer de AOW – tot 5 jaar voor de reguliere AOW-datum mag de AOW voor 50% ingaan. En maak het mogelijk dat het aanvullend pensioen voor 50% in 10 jaar kan worden opgenomen. Zware beroepers leven immers substantieel korter dan hoog opgeleiden.

Dat haalt belastinginkomsten naar voren middels loonbelasting en – bij consumptie – BTW, winstbelasting etc. Dat compenseert grotendeels de extra AOW-kosten.

Verder ben ik voorstander van een verplicht pensioen voor alle werkenden – tot bijvoorbeeld 50% van een ‘normaal’ pensioen indien gewenst -, met dan wel een vrije keus qua uitvoerder én vele individualiserings & flexibliseringsmogelijkheden (dus aanwending van maximaal 50% van het pensioengeld voor huis & hypotheek, studie-/zorgverlof én starten eigen bedrijf).

Nu het goed gaat in Nederland is het ook verstandig het ‘pensioengebouw’ te restaureren en klaar te maken voor de toekomst.

mr. Theo Gommer MPLA CCFP (1966) is managing partner bij de &Gommer Pensions Group. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en oprichter van de PensionLawyers Asscociation.