Gepubliceerd op 6-9-2019 in De Telegraaf

Reclamefolders in de brievenbus. De een vindt het heerlijk om doorheen te bladeren en zo een koopje te scoren, de ander zoekt liever gericht online en vindt reclamefolders maar niks. Voor veel lokale ondernemers is de reclamefolder echter het enige kanaal waarmee zij potentiële klanten kunnen bereiken. Omdat niet iedereen op reclamefolders zit te wachten hebben wij hier in Nederland gelukkig een goed functionerend systeem voor. Geen behoefte aan folders? Plak een sticker op de brievenbus.

Als een ogenschijnlijk eenvoudige manier om de hoeveelheid restafval terug te dringen is helaas bij veel gemeenten de drang ontstaan om dit goedwerkende systeem te vervangen. Hierdoor dreigen lokale ondernemers hun laatste kanaal om consumenten te bereiken te verliezen. Des te stuitender als blijkt dat oplossingen gezocht worden voor problemen die niet bestaan.

Amsterdam heeft als eerste het zogenoemde ‘opt-out’ systeem vervangen door een ‘opt-in’ systeem. Vrij vertaald: als inwoner van Amsterdam dien je nu een sticker op de deur te plakken wanneer je wel folders wenst te ontvangen. Geen sticker? Geen folders.

Omdat 81% van de Nederlandse consumenten in actie komen na het lezen van folders gaat dit winkeliers naar verwachting 10% van de omzet kosten. Winkeliers hebben het momenteel al ontzettend moeilijk, door de moordende concurrentie van internetplatforms lopen winkelstraten leeg. Maar ook de lokale buurtsuper, de brasserie in de wijk en de fietsenwinkel op de hoek dreigen te verdwijnen. En dat ga je merken. Lokale ondernemers maken van een wijk een bruisende buurt. Een wijziging in het foldersysteem zal voor vele van hun echt de doodsteek zijn. Dit terwijl het aantal klachten over ongeadresseerd reclamewerk in werkelijkheid vrijwel nihil is. Het is zelfs zo dat 53% van de Nederlandse consumenten de folders zou missen als die zouden verdwijnen.

Voor hun inwoners hoeven de gemeenten het dus niet te doen. Maar ook uit milieuoverwegingen hoeven gemeenten niet af te stappen van het ‘opt-out’ systeem. Folders bestaan voor meer dan 80% uit gerecycled papier. Het gebruikte papier voor folders heeft vrijwel altijd een FSC keurmerk. Dit betekent dat voor iedere gekapte boom een nieuwe geplant wordt. De papiervezels in folders worden gemiddeld zeven keer hergebruikt om tot slot te eindigen als karton. Folders passen nu al binnen de circulaire economie, en de branche is hard bezig om folders nóg beter in te zamelen, te scheiden en hergebruiken.

Nu naast telemarketing, ook de folders richting een opt-in systeem gaan, blijft er voor veel lokale ondernemers geen kanaal over om consumenten te bereiken. Ik hoor je nu denken: is telemarketing en folders door de brievenbus niet sowieso achterhaald nu wij internet hebben? Dit is voor de meeste ondernemers zeker niet het geval. Laatst hoorde ik een ondernemer gekscherend zeggen: ‘de beste plek om een lijk te verbergen is op de tweede pagina van google.’ Waarmee hij bedoelde te zeggen: niemand kijkt verder dan de eerste pagina na een zoekopdracht. Jij en ik weten allebei dat het niet de winkelier om de hoek is die bovenaan deze lijst verschijnt. Dit zijn veelal platforms, die bakken met geld besteden om bovenaan te verschijnen. En laat er nu net discussie zijn over de almaar toenemende macht van platforms en bedrijven zoals google. Een folderverbod verstevigd de posities van platforms alleen maar meer.

Bovenstaande bij elkaar opgeteld zie ik dan ook geen enkele reden waarom gemeenten af zouden stappen van het ‘opt-out’ systeem. Consumenten hebben er geen behoefte aan; ondernemers wordt hun laatste communicatiekanaal ontnomen; en de milieuwinsten zijn nihil. Wat ik zie gebeuren is dat gemeenten straks allemaal een eigen oplossing gaan bedenken voor een probleem dat eigenlijk niet bestaat. Door deze totale willekeur veranderd Nederland straks in een lappendeken van verschillend beleid waardoor het verspreiden van folders simpelweg onmogelijk wordt gemaakt. En de lokale ondernemer is de dupe. Beleidsmakers hebben altijd de mond vol over het belang van het mkb voor een gezonde (lokale) economie, maar ontnemen het mkb tegelijk alle middelen om te kunnen concurreren met internetplatforms. Voor dit soort schadelijke symboolpolitiek hebben ze in het Engels een mooi gezegde: if it ain’t broke, don’t fix it.