ONL in het nieuws

‘Wwz veroorzaakt heel veel hoofdpijn bij ondernemers’ – Interview SC

‘Wwz veroorzaakt heel veel hoofdpijn bij ondernemers’
Interview SC door Rutger van den Dikkenberg
15 mei 2014

De nieuwe ondernemersvereniging ONL is een offensief gestart tegen de Wet werk en zekerheid (Wwz), die binnenkort door de Eerste Kamer wordt behandeld. ‘Bij ondernemers is het een onderwerp dat heel veel hoofdpijn veroorzaakt,’ zegt ONL-oprichter Hans Biesheuvel, die de afgelopen maanden ‘dag in, dag uit’ door Nederland trok.

‘Ik ben er echt van geschrokken hoe weinig mensen nog enthousiast zijn om ondernemer te worden,’ concludeert Hans Biesheuvel na zijn gesprekken met ondernemers. ‘De appetite om een eigen bedrijf te starten, neemt af.’ Dat komt volgens hem mede door de Wet werk en zekerheid. Die gaat averechts werken, levert voor werkgevers alleen maar onzekerheid op en maakt ontslag duurder voor kleine bedrijven, zegt hij.

Biesheuvel roept de Eerste Kamer op het wetsvoorstel terug te sturen naar de Tweede Kamer. ‘Laat die het huiswerk overdoen,’ zegt de oud-voorzitter van MKB-Nederland. ‘Als de Eerste Kamer dat niet aandurft, dan wens ik dat in ieder geval onze grootste bezwaren worden weggenomen.’

Wat is het probleem met de Wet werk en zekerheid?
‘Ik ben het afgelopen half jaar geschrokken van hoe ondernemers aankijken tegen het werkgeverschap. Het risico is heel groot. Dat is jammer, want we hebben meer economische groei nodig en dat moet echt van bedrijven komen. Als het gaat om het ontslagrecht zijn ondernemers tot de conclusie gekomen dat ze er eerder op achteruit gaan dan op vooruit. Nu kunnen werkgevers vanwege bedrijfseconomisch ontslag naar het UWV. Daar geldt een vrij standaard procedure voor en je hoeft geen ontslagvergoeding te betalen. In de nieuwe situatie moet een werkgever te allen tijde een vergoeding betalen als de werknemer langer dan twee jaar in dienst is geweest. Straks kan een werknemer zich tot twee weken nadat er overeenstemming is bereikt over het ontslag nog bedenken. En hij kan na de uitspraak van het UWV ook nog in hoger beroep, dat kan nu niet. Er ontstaat een enorm onzekere periode voor ondernemers en werknemers. Ik vraag me af wie daar beter van wordt. Het wordt door ondernemers in ieder geval niet als een verbetering ervaren. Een ander probleem is dat werkgevers straks bij ontslag na twee jaar ziekte, wanneer de werknemer noodgedwongen uit dienst gaat, een transitievergoeding moeten betalen, terwijl hij al twee jaar het loon heeft doorbetaald. En bij contracten van zes maanden of korter mag je geen proeftijd meer afsluiten. Dat maakt werkgevers alleen maar schuw om contracten af te sluiten.’

Dan sluiten ze toch een contract van zeven maanden af?
‘Ja, dat gaat straks gebeuren. Het zijn maatregelen die achter het bureau worden bedacht, maar die niet serieus te nemen zijn. Ze hebben een hoog symbolisch gehalte, maar zijn geen antwoord op de problemen van ondernemers.’

Er wordt te weinig rekening gehouden met de belangen van kleine ondernemers en startende bedrijven, zei u eerder. Kunt u dat uitleggen?
‘De groei van het aantal banen moet komen van kleine bedrijven, starters en familiebedrijven. Grote bedrijven zijn aan het inkrimpen. Het overgrote deel van de werknemers werkt bij kleine bedrijven, met drie, vier medewerkers. Maar de drempel om mensen aan te nemen wordt voor hen verhoogd. Kijk naar de transitievergoeding. Als je nu naar het UWV gaat voor ontslag, dan ben je geen vergoeding kwijt. Straks moet je die wel betalen. Voor veel bedrijven wordt het lastig om het te bekostigen, zij hebben weinig marges. Kleine bedrijven moeten de ruimte hebben om flexibel te ondernemen, meer maatwerk om mensen aan te nemen. In Duitsland geldt voor bedrijven met minder dan tien medewerkers een soepeler ontslagrecht. Dat soort elementen mis ik.’

Vast wordt vaster, flex meer flex, schrijft u aan de Eerste Kamer. Dat was niet de bedoeling van het wetsvoorstel. Hoe komt dat?
‘In de praktijk zal het tegenovergestelde gebeuren van wat er wordt beoogd. Nu zie je al dat kleine bedrijven heel voorzichtig zijn met het in vaste dienst nemen van mensen. Daar is geen financiële ruimte voor. Dan werkt een paar jaar tijdelijke contracten heel goed. Maar die maximale termijn voor tijdelijke contracten wordt verkort van drie naar twee jaar. Voor sommige bedrijven is daar best mee te leven, maar er wordt toch weer een beetje ruimte weggenomen. Ik ben bang dat het averechts gaat werken.’

Er geldt tot 2020 een uitzondering voor bedrijven met minder dan 25 werknemers: zij hoeven nog geen transitievergoeding te betalen. U wilt die permanent maken?
Ja. Het is voor kleine bedrijven gewoon niet op te hoesten. Juist nu de werkloosheid hoog is, is het belangrijk dat kleine bedrijven worden ontzien. Ik ben zelf al heel lang ondernemer en ik heb nooit problemen gehad met de praktijk van nu. Er wordt nu iets ingebouwd dat heel veel onzekerheid oplevert. Ik vraag me af of dat voor de economie als geheel zo’n goede maatregel is.’

Zo’n uitzondering betekent dat je als werknemer bij een klein bedrijf minder rechten hebt dan bij een groot bedrijf. Is dat eerlijk?
‘Ik weet niet of je dat zo moet zien. Het is waar, je gaat differentiëren. Maar we moeten het echt van de kleine bedrijven hebben. Ze moeten meer mogelijkheden krijgen, die zien ze nu niet. Als een bedrijf om bedrijfseconomische redenen tot ontslag moet overgaan, dan is er echt wat aan de hand. In 80, 90 procent van de gevallen wordt dat ingegeven door de banken die maatregelen eisen of anders het krediet intrekken. Dan rest de ondernemer niet veel meer dan de kosten naar beneden te brengen. Dat is in het belang van de redding van de onderneming en de mensen die wel blijven.’

U was vorig jaar als voorzitter van MKB-Nederland betrokken bij de totstandkoming van het sociaal akkoord, dat aan de basis stond van de Wet werk en zekerheid. Waarom heeft u zich toen niet verzet?
‘Daar stel je een gevoelige vraag. Een groot deel van de bezwaren had ik toen ook al. Maar we zaten in een gevoelige constellatie. Politiek lag het moeilijk, het kabinet had een lastige start. Op dat moment vond men de politieke stabiliteit belangrijker dan inhoudelijke bezwaren. Ik heb me daar toen morrend bij neergelegd. Ik kon niet anders. Maar ik zit nu in een andere positie. Mijn agenda wordt nu bepaald door ondernemers. Ik heb aan hen wel eens mijn excuses aangeboden dat ik als voorzitter van een bestuur dat er toen anders tegenaan keek mijn handtekening heb gezet. Ook toen had ik al inhoudelijke problemen. Het was jammer dat ik niet de gelegenheid heb gehad om dat om te buigen. Die heb ik nu wel.’

Loopbaan
Hans Biesheuvel (1965) is initiatiefnemer van ONL voor ondernemers, de werkgeversvereniging die eind vorig jaar is opgericht. In september 2013 stapte Biesheuvel na twee jaar op als voorzitter van MKB-Nederland. Hij was ontevreden over de manier waarop de werkgeversvereniging bestuurd werd. Eerder was hij directeur-grootaandeelhouder van de Biesheuvel Groep, een technische groothandel. Sinds 2000 leidt hij investeringsbedrijf Habest Groep.