ONL voor Ondernemers wil dat de beslissingsbevoegdheid over winkeltijden bij de winkelier ligt. De Wet keuzevrijheid openingstijden winkeliers is een goede stap in de richting van meer keuzevrijheid voor winkeliers. Helaas ziet de wet er enkel op toe winkeliers te beschermen tegen opgelegde winkeltijden ná de totstandkoming van een private overeenkomst. Hierdoor kunnen winkeliers alsnog overgeleverd worden aan de verhuurder om te bepalen of verplichte openingstijden gehanteerd dienen te worden. Dit is onwenselijk. Hiermee worden de wensen van winkelvastgoedeigenaren boven de wensen van de winkelier gesteld, welke om reden van levensovertuiging, persoonlijke omstandigheden, gezinsleven of bedrijfseconomische verlangen andere tijden zou hanteren.

• ONL is voorstander van keuzevrijheid voor de winkelier over de eigen openingstijden

• ONL moedigt afstemming van openingstijden tussen winkeliers, winkeliersverenigingen, VvE’s en verhuurders aan

• ONL wil dat gemonitord wordt wat de effecten zijn van de Wet keuzevrijheid openingstijden winkeliers op het aantal huurcontracten met verplichte winkeltijden

• ONL vraagt aandacht voor de onderhandelingspositie van de kleinere winkeliers bij private overeenkomsten

• ONL vraagt de overheid de Winkeltijdenwet continue te evalueren om er zeker van te zijn dat deze nog wel aansluit bij de huidige economie en maatschappij.

Keuzevrijheid is essentieel voor ondernemerschap. Ondernemen is kansen zien en hier op inspelen. Tegelijk betekent ondernemen ook dat de ondernemer de vrijheid heeft de eigen onderneming zo in te richten dat dit aansluit bij persoonlijke wensen en overtuigingen. Ondernemers moeten hierin niet gehinderd worden door onnodige regelgeving. Helaas krijgen winkeliers soms te maken met verplichte openingstijden die deze vrijheden van ondernemerschap beperken. Het stemt tot tevredenheid dat de Wet keuzevrijheid openingstijden winkeliers straks winkeliers zal beschermen tegen verplichte openingstijden waar zij niet uitdrukkelijk mee hebben ingestemd.

Deze wet ontziet winkeliers echter niet van verplichte winkeltijden in private overeenkomsten. Omdat een winkelier bij het aangaan van een huurovereenkomst uitdrukkelijk instemt met de verplichtingen zoals die zijn opgenomen in het huurcontract, mag de verhuurder – ook na de inwerkingtreding van de Wet keuzevrijheid openingstijden winkeliers – eisen stellen aan de openingstijden van de winkelier. Nu is het komen tot een overeenkomst over openingstijden tussen huurder en verhuurder op zichzelf geen kwalijke zaak, ONL erkent dat afstemming van winkeltijden tussen huurder, verhuurder en omgelegen winkeliers veelal gunstig is voor het winkelgebied. Dat winkeliers onderling afspraken maken over winkeltijden is enkel aan te moedigen. ONL vreest alleen dat vooral de kleinere winkeliers bij het aangaan van een huurcontract niet over de opgenomen openingstijden kunnen onderhandelen. Dit heeft twee kwalijke gevolgen:

Ten eerste zullen op A-locaties in toenemende mate enkel grotere winkelketens het straatbeeld bepalen. Winkelvastgoedeigenaren weten dat zij op deze locaties goud in handen hebben. Hierdoor kunnen zij niet alleen hogere prijzen vragen, hun onderhandelingspositie is ook sterker om additionele eisen te stellen aan de potentiele verhuurder. De vraag is immers groot. Kleinere winkeliers hebben een minder sterke onderhandelingspositie en kunnen moeilijker aan additionele eisen voldoen. Hiermee leggen zij het af tegen grotere ketens die met meer middelen, en een groter personeelsbestand, makkelijker aan additionele eisen zoals verplichte openingstijden kunnen voldoen. Het gevolg is een winkelgebied waar de schoenmaker en de groenteman verdrukt worden door de kleiding- en koffieketens. Dit komt het winkelgebied, en de winkelervaring van het winkelende publiek, uiteindelijk niet ten goede.

Een tweede kwalijke gevolg van een zwakke onderhandelingspositie van de winkelier over de eigen openingstijden is dat winkeliers gedwongen worden een onwenselijke keuze te maken. Sommigen zullen moeten kiezen tussen een A-locatie met verplichte winkeltijden die zij om persoonlijke of professionele redenen als nadelig ervaren, of een locatie waar de omzet minder zal zijn maar de winkelier wel volledige keuzevrijheid heeft over de te hanteren openingstijden. Dit zijn niet het soort keuzes die winkeliers zouden moeten maken. ONL wil dat de locatie- en openingstijdenkeuze voor winkeliers voornamelijk berust op een afweging die de winkelier zelf maakt over wat zowel bedrijfseconomisch als privé het beste is voor de winkel en de winkelier.

Tot slot bevatten huurovereenkomsten met verplichte openingstijden veelal een boetebeding. Een eenmanszaak met geen tot weinig personeel is vatbaar voor sluiting door privé omstandigheden. Het kan niet de bedoeling zijn dat een winkelier, die zich gedwongen ziet zijn of haar winkel tijdelijk te sluiten door ziekte of het overlijden van een dierbare, hiervoor een boete mag ontvangen.

Hier komt bij dat ONL vreest dat het huidige voorstel van de Wet een perverse prikkel bevat. Omdat de Wet geen verplichte openingstijden verbiedt waarbij uitdrukkelijk ingestemd wordt door de winkelier, zal het risico groot zijn dat bepalingen over openingstijden na inwerkingtreding van de Wet simpelweg verplaatst zullen worden van de VvE of winkeliersvereniging naar de winkelvastgoedeigenaar. Daar waar de vastgoedeigenaar voorheen het stellen van verplichte openingstijden overliet aan de VvE of winkeliersvereniging zal hij nu geneigd zijn uit voorzorg alvast verplichte openingstijden op te nemen in het huurcontract. Had de winkelier voorheen nog enige inspraak in het opstellen van openingstijden door de eigen inspraak in de VvE of winkeliersvereniging, zal hij bij het huurcontract alleen staan in de onderhandelingen over openingstijden. ONL vreest zo niet alleen een verplaatsing van het probleem, het risico bestaat dat de Wet de inspraak voor veel winkeliers over de eigen openingstijden zelfs verder inperkt.

De Wet keuzevrijheid openingstijden winkeliers past binnen de beleidswijzigingen die ONL nodig acht om winkeliers te onttrekken van onnodig beperkende regelgeving. De Nederlandse maatschappij is een maatschappij geworden met een 24 uurseconomie. Om winkeliers mee te laten komen met de tijd zijn flexibele winkeltijden gepast. De opkomst van het internet heeft bij consumenten een winkeloptie geïntroduceerd die nooit sluit: de webwinkel. Om concurrerend te blijven met webwinkels moeten winkeliers de vrijheid krijgen hun openingstijden zo in te delen dat zij open zijn wanneer de meeste omzet gedraaid zal worden. Ondernemerschap moet immers lonen. Ook verstoren verplichte openingstijden het gelijke speelveld. In sommige gemeenten mag de horeca wel geopend zijn op zondag maar de detailhandel niet. Ook zien winkeliers klanten aan zich voorbij gaan omdat potentiele klanten op zondag aankopen doen in aangrenzende gemeenten waar de winkels wel open mogen zijn op zondag. Tegelijk moet het niet zo zijn dat winkeliers gedwongen worden hun privé leven op de schop te gooien of hun levensovertuiging aan de kant te schuiven om een winkel te kunnen openen.

ONL voor Ondernemers steunt meer keuzevrijheid voor winkeliers over de openingstijden die zij willen hanteren. Tegelijk erkent ONL ook het belang van afstemming tussen winkeliers van de openingstijden in winkelgebieden. Met de Wet keuzevrijheid openingstijden vreest ONL dat het aantal huurcontracten waarin verplichte openingstijden zijn opgenomen zal toenemen. Hierbij is de zorg dat vooral kleinere winkeliers niet de positie hebben om hierover te kunnen onderhandelen. ONL wil dat gemonitord wordt wat de effecten zijn van de voorgestelde Wet op het aantal huurcontracten met verplichte winkeltijden. Tevens moet oog gehouden worden voor de onderhandelingspositie van de kleinere winkeliers bij private overeenkomsten. Tot slot wil ONL dat de overheid de Winkeltijdenwet continue evalueert of deze nog wel aansluit bij de huidige economie en maatschappij.