Hans Biesheuvel, voorzitter van ONL voor Ondernemers, ziet dat arbeidsrelaties veranderen. Het arbeidsrecht en bijbehorende zekerheidsrecht sluit hier niet meer bij aan. Nederland zou er goed aan doen als we ons inzetten op ‘nieuwe zekerheden’ zoals scholing en ontwikkeling.

Het Deense arbeidsmarktmodel: flexicurity

Het komt steeds minder vaak voor dat mensen na het behalen van hun diploma 45 jaar voor dezelfde werkgever blijven werken en zich gedurende al die jaren niet hoeven bij te scholen. Toch zien we dat ons sociale zekerheidsstelsel nog steeds is ingericht naar dit verouderd model. Als we Nederland aan het werk willen houden, is het beter om in te zetten op permanente ontwikkeling in plaats van vaste contracten. Werk- in plaats van baanzekerheid komt dan voorop te staan, naar Deens voorbeeld.

Het is van belang dat werkenden in staat zijn om aan het werk te blijven of snel vervangend werk te vinden. In een snel veranderde wereld betekent dit dat werkenden zich moeten blijven ontwikkelen.  In een wereld waarin werkzekerheid de nieuwe baanzekerheid is blijft de werknemer zijn competenties ontwikkelen. Hiermee creëren we zelfstandige en flexibele werknemers. Dit is gunstig voor de werknemer, maar ook voor de werkgever. Bedrijven kunnen zo namelijk snel personeel aannemen en afstoten, afhankelijk van de hoeveelheid werk.

Dit vergt een mentaliteitsverandering. Het systeem is nog niet ingericht op permanent ontwikkelen en een leven lang leren. Het onderwijsstelsel is opgebouwd vanuit de gedachte dat mensen aan het begin van hun leven in de schoolbanken zitten om daarna zodra ze werken niet meer terug komen. Wie toch verder wil leren moet rekening houden met flinke kosten en een ‘statisch onderwijssysteem’. Neem bijvoorbeeld het verhoogde collegegeldtarief, of het niet kunnen verkrijgen van deelcertificaten binnen een opleiding. Werkenden moeten veel meer mogelijkheden krijgen om zichzelf optimaal te ontwikkelen. Als we Nederland aan het werk willen houden in de toekomst, kunnen we dus niet om een hervorming van het ‘nascholingssysteem’ heen.

Spreek de taal van de ondernemer

Daarnaast is hervorming van het arbeidsrecht nodig. Het is daarbij essentieel dat de stem van de ondernemer gehoord wordt bij de totstandkoming van beleid en wetgeving. Politici en ambtenaren hebben vaak geen idee wat een wet of maatregel betekent in de dagelijkse praktijk voor een ondernemer. Dit resulteert in slechte wetgeving met desastreuze gevolgen. Voorbeelden hiervan zijn de Wet Werk en Zekerheid en de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA). De Wet arbeidsmarkt in balans voorspelt ook niet veel goeds. Dit soort wetgeving is niet alleen slecht voor ondernemers maar voor de hele economie.

Zo zorgt de wet DBA al vanaf dag 1 voor grote onrust onder opdrachtgevers en zzp’ers. Wanneer achteraf blijkt dat een opdrachtnemer toch als werknemer aangemerkt kan worden, ziet de opdrachtgever zich geconfronteerd met hoge boetes en naheffingen. Opdrachtgevers durven dit risico niet te nemen, waardoor opdrachtnemers miljoenen euro’s aan opdrachten mislopen.

Bied op korte termijn duidelijkheid voor zzp’ers

De arbeidsmarkt vraagt nú om een werkbare kwalificatie van arbeidsrelaties om onzekerheid weg te nemen. De doelstellingen van het regeerakkoord: het vervangen van de wet DBA, het aanpakken van schijnzelfstandigheid, en het bieden van zekerheid aan echte zelfstandigen zijn goed. Nu de uitvoering nog. Op korte termijn moet er een oplossing komen voor de Wet DBA. De beste tijdelijke oplossing is naar mijn mening een antimisbruikbepaling.

Misbruik kan je tegengegaan door een aantal, simpele, voorwaarden te stellen. Tussen een vast dienstverband (voor onbepaalde tijd) en een overeenkomst van opdracht of aanneming bij hetzelfde bedrijf dient een rustperiode te zitten om misbruik tegen te gaan. Het ontslaan van een medewerker om deze vervolgens tegen een lagere vergoeding als zelfstandige in te huren zie ik bijvoorbeeld als misbruik. Daar zou een bepaling voor moeten komen. Door zulke voorwaarden te hanteren wordt misbruik aangepakt. Voorop staat dat voorkomen moet worden dat de faciliteiten gebruikt worden om sociale zekerheden te ontwijken of om te concurreren op prijs door medewerkers uit te buiten.

Tegelijkertijd moet er wel gewerkt worden aan een lange termijn oplossing. Een wettelijke en fiscale grondslag voor zelfstandigen is wat mij betreft het uitgangspunt.

Passende arbeidsrelaties

De economie vraagt steeds vaker om tijdelijke arbeidsrelaties. De onvoorspelbare en conjunctuur- gevoelige economie waar we in leven vergt wendbaarheid en flexibiliteit van bedrijven. Dit zien we terug op de arbeidsmarkt, waar door globalisering, digitalisering en individualisering steeds meer behoefte is aan flexibel personeel. Deze veranderingen maken dat ondernemers minder ver vooruit kunnen kijken. Hier moet meer rekening mee worden gehouden. Het moet voor de ondernemer makkelijker worden om arbeidsovereenkomsten aan te kunnen gaan met een termijn die voor hen te overzien is.

 Ook vanuit de samenleving is er in toenemende mate behoefte aan flexibele arbeid. Werkenden wisselen steeds vaker van werkgever, sector of gaan als zzp’er aan de slag. Deze groeiende groep flexibel-werkenden, deeltijd-werkenden en zelfstandigen kan moeilijk passende sociale zekerheden opbouwen. Sociale zekerheid is nu nog te veel ingericht langs het rechtlijnige kader van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, waardoor het wisselen van arbeidsvorm of sector voor problemen zorgt bij het opbouwen van zekerheid. Dat zou niet zo mogen zijn.

In de overlegeconomie moeten veel meer partijen zich vertegenwoordigd voelen

Het is dus nodig tijd om de discussie te voeren over de vernieuwing van de arbeidsmarkt en passende sociale zekerheden. Bij zulke veranderingen is draagvlak cruciaal. De politiek moet de overlegeconomie breder gaan trekken. In de huidige polder zijn vooral de oude partijen vertegenwoordigd. We kunnen echt niet meer zeggen dat zij het grootste deel van werkend en ondernemend Nederland vertegenwoordigd. Het draagvlak van de traditionele polder is simpelweg te smal geworden voor zulke grote herzieningen.

Dat zagen we met het bereiken van het pensioenakkoord waarin een verplichte arbeidsongeschikt- heidsverzekering (AOV) voor zelfstandigen werd aangekondigd. Het is natuurlijk gek dat werkgevers- en werknemersorganisaties besluiten nemen over ZZP’ers zonder deze groep te raadplegen. Ook doorkruisen ad hoc maatregelen zoals zo’n verplichte AOV de hoop op een integraal zzp-beleid waarover Commissie Regulering van Werk (Commissie Borstlap) haar advies over gaat uitbrengen. Dit alles zorgt ervoor dat de politiek niet meer als een betrouwbare gesprekspartner wordt gezien.

Draagvlak creëren wordt zo des te belangrijker. Juist door nieuwe partijen toe laten in de overlegeconomie wordt de kans op succes groter. Door samen met partijen zoals ONL en de Werkvereniging na te denken over ons arbeidsmarktbeleid geven we een voorzet voor de nieuwe overlegeconomie. Zo richten we gezamenlijk de arbeidsmarkt van morgen in!

Dit artikel is gepubliceerd in het Magazine van de Vernieuwing (nummer 2 – oktober 2019). Dit is een uitgaven van de Werkvereniging