Willy Swinkels landelijk bestuurder van ONL voor ondernemers is onlangs tot ambassadeur geïnstalleerd van de provincie Noord-Brabant. Deze ambassadeurs “Brabants Besten” zijn private MKB ondernemers die het goede voorbeeld geven op het terrein van sociale innovatie, inclusief werkgeverschap, reshoring en flexicurity. Zij zijn door gedeputeerde Bert Pauli van Provincie Noord-Brabant benoemd omdat zij uitblinken in de manier waarop zij hun medewerkers op vernieuwende wijze inzetten en de potentie van de beroepsbevolking benutten.

Brabants Besten ondernemen op eigen risico, stellen de zakelijke waarde van menskracht voorop en hebben daarbij een groot maatschappelijk hart. Inclusief werkgeverschap is duurzaam verankerd in hun HR beleid en zij nemen regelmatig werkzoekenden met beperking of grote afstand tot de arbeidsmarkt zelf op de loonlijst.

Degelijk vakmanschap wordt steeds zeldzamer, zegt Willy Swinkels bestuurder bij ONL. Dus dat hij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kansen geeft, geeft hem ook voldoening: ‘Als iemand door bij ons te werken een nieuwe kans krijgt, geeft dat een fijn gevoel. Maar net als in het reguliere arbeidsproces leveren niet alle pogingen een succes op. Er is nog genoeg werk aan de winkel om bedrijven die sociaal ondernemen ook sociaal te ondersteunen. Vanuit sociale organisaties maar zeker ook vanuit de overheid.’

‘Vakmanschap en ondernemerschap moeten prominenter op de politieke agenda komen. Anders komt het zomaar in de nabije toekomst voor dat je maanden kunt wachten op reparatie van je glas, je verwarming of je stopcontact. Het gebrek aan specialistische vakmensen is structureel geworden en niet alleen maar te wijten aan de crisis van een aantal jaren geleden. Door vergrijzing is er uitstroom, de veranderde kijk op arbeid en imago is een probleem. Ook zal de overheid beter rekening moeten houden met ondernemers. Diverse maatregelen en wetgeving hangen de ondernemers als een molensteen om de nek. Ik lever graag mijn bijdrage om via diverse wegen te werken aan een betere maatschappij.’